DE KRONIEK

Stadspoort Buren 1880De eerste tip van de sluier. die kan worden opgelicht gunt ons een blik op de vroegst bekende datum: 20 februari 1656, het huwelijk vam Gerrit Harmensz. (I) met Aartje Jans van Beeck. Een jaar later worden beiden als lidmaat van de Gereformeerde Kerk in Buren aangenomen.

De eerste waar we iets meer van weten is Harmen (ll-1)  een van zijn zoons. Zijn 2e vrouw Anneke Heuven is in 1686 getuige bij een. vaderschapszaak; en stuk land bij Erichem, dat aan beiden toebehoorde, moet in 1692 wegens schulden bij executie worden geveild. Het famillegraf no. 35. waar o.a. dezelfde Anneke begraven is moet ergens in de noordelijke zijbeuk van de kerk van Buren te lokaliseren zijn.
Na de dood van Harmen (
II-1) in 1722 krijgt zijn zoon Jan (III-1) het ernstig aan de stok met zijn stiefmoeder Machteld de Wit, de 3e vrouw van zijn vader over de erfenis. Beiden zijn voor de helft eigenaar geworden van het huis van Harmen, maar Machteld neemt in  2e instantie geen genoegen met de aanvankelijk overeengekomen uitkoopsom, t.w. 8 Carolusguldens en verder in natura een bed, 2 dekens, een peluw en 2 hoofdkussens en 2 lakens met slopen. Ze wil meer, en, het geschil loopt zo hoog op, dat de partijen, nog slechts met elkaar willen onderhandelen via een bemiddelaar. Uiteindelijk maken ze het af op fl.18 extra.Onmiddellijk na het sluiten van deze overeenkomst verkoopt Jan het betreffende huis voor fl 116 en 5 stuivers aan de bemiddelaar ! In het al eerder genoemde familiegraf zijn nog 2 kinderen van deze Jan begraven. Zijn oom Aart (II-3) was wever.

buren.jpg (13192 bytes)

De eerstvolgende over wie wat meer te melden valt is Rijk Aartsz (III-8) Hij was metselaar en leidekker. In 1728 trad hij op als getuige bij een moordproces. In 1740 evenwel bleek hij zelf betrokken bij de diefstal van loden regenpijpen van het nu afgebroken kasteel van Buren. Dit was ontdekt doordat de handlanger en collega van Rijk, Christiaan van Alphen (familie van zijn vrouw) gesignaleerd was op weg naar Tiel met een deel van het lood, 6, geholpen door een zoon van Rijk, Gerrit (IV-18). Van Alphen werd levenslang verbannen,  maar Rijk was hem al hals over kop gesmeerd. Bij de behandeling van zijn zaak bij verstek kwam ook weer naar boven, dat Rijk het jaar daarvoor een visnet had gestolen. Het slachtoffer vond dat later terug, en deponeerde het voorlopig bij het Gerecht. Rijk had de brutalteit zijn slachtoffer te komen vragen waar het net gebleven was, maar droop af, Toen hij hoorde bij wie hij het af kon halen.

burenkerk.jpg (12355 bytes)Dan volgt zijn broer Gerrit (III-9). Met hem stuiten we op een probleem: in 1720 trouwt hij met Cornelia van Kleef, een huwelijk zonder kinderen volgens de doopboeken van Buren. Kort daarna echter al wordt hij uit Buren verbannen voor het leven op straffe des doods vanwege een ruzie in de herberg, waarbij hij iemand doodstak .In 1723 trouwt een Gerrit van Haarlem, van wie wordt vemeldt, dat hij uit Buren komt, met Trijntje Verkuyl uit Buurmalsen (vlak bij Buren) .Dat gebeurt in Vianen nadat ze in Rotterdam zijn ondertrouwd en daar ook gewoond te hebben (Gerrit woonde in de Fonteinsteeg en Cornelia in de Wijnstraat). Een begrafenis van Cornelia van Kleef is echter nergens opgetekend niet in Buren niet in Vianen of Rotterdam. Opgelost is dat dus nog niet.
Over deze Gerrit was verder vrij veel te vinden. Hij heeft veel gehandeld in huizen en landerijen in Vianen (o.a. aan de Weesdijk en in de Kerk straat) en omgeving, en komt zo ook veel voor op belastinglijsten. Zeer instructief is ook de uitvoering van de laatste wil van zijn overleden 1e vrouw in 1749. die was vastgelegd in huwelijkse voorwaarden:het uit betalen van fl 5,- uit de gemeenschappelijke boedel aan elk van de kinderen. Daarvoor werd er een inventaris opgemaakt waarin o.a. voorkwamen: het huis plus huisraad. 1 koe" een drachtige vaars, 28 schapen met enkele lammeren en de mest in de schaapsstal. Dit was overigens belast met een schuld van o.a. fl 40,- aan de winkelier, de brouwer, de bakker en, de koeherder samen. Zelf is hij nog brouwersknecht geweest.Op hoge leeftijd overleed hij, en werd met een rouwstoet van 56 man begraven in de Hervormde Kerk van Vianen  waar zijn grafsteen, een, hergebruikt exemplaar, nog te zien is in de vloer in de NO-hoek, met het op schrift

472

GVanHaarlemDen
Ouden

 

De tak, waarvan zijn broer Pieter (III-10) stamvader is, trok met hem naar Amsterdam, om daar voor het grootste deel te blijven.


VianenGerrit van Haarlem (IV-23) was landbouwer; in 1784 had hij overstromingsproblemen.
Jan (IV-20), de oudste zoon van Gerrit (III-9) was meester chirurgijn. In het Vianen van de 18e eeuw stond de chirurgijn onder de stadsdokter en waren zijn beperkte bevoegdheden nauwkeurig geregeld: het is enigszins te vergelijken met een moderne EHBO 'er. Als bijbaan was hij van 1760 tot 1765 pachter van de belastingen op koffie thee en Alcoholica in Vianen. In dit systeem haalde een particulier voor de overheid de belastingen op, waarvan hij dan een deel mocht houden en de rest moest afdragen. Doordat dit systeem misbruik in de hand werkte, zijn er na 1748, waarin het Pachtersoproer in Amsterdam plaatsvond,   wat verbeteringen in aangebracht. In 1786 vinden we de naam van Jan van Haarlem, terug onder een, anti-Oranje manifest van de patriotten.We komen zijn naam ook regelmatig tegen bij transacties in huizen en op onroerend goed-belastinglijsten- waarschijnlijk de reden, dat we zijn naamaantreffen onder een petitie van huiseigenaren ter verlaging van belasting ( 1752).
Bij zijn dood in 1817 werd hij begraven in de ZO-hoek van de Hervormde Kerk in Vianen (waar hij overigens diaken van was) in graf no. 480. onder een eveneens hergebruikte grafsteen, met als huismerk  (een soort wapen) een teken erin gehakt (2). Zijn vrouw Jacoba Vierhout  is in 1808 nog in het graf no. 472 vran zijn vader begraven.

Zijn broer Gerrit (IV-23) was broodbakker zoals blijkt uit een akte van verkoop van een huis door zijn vader aan hem. In 1784 verkoopt zijn moeder hem en Jan een huis uit de nalatenschap van hun vader.Het (gerechtelijk) huwelijk van de oudste zoon van Gerrit (V-13) ook Gerrit geheten werd geannuleerd toen, bleek, dat hij en zijn bruid kortgeleden RK waren geworden hetgeen een, wettelijk beletse voor een huwelijk was (3). De facto stoorden ze zich overigens niet aan de annulering. Gerrit (IV-23) overleed boven in de Lekpoort. Hij werd begraven met een stoet van 15 man.
Kasper van Haarlem (V-6) was landbouwer.
Adrianus (V-14) begon zijn militaire carriere in 1789 als huzaar. Hij deed mee aan bijna alle belangrijke wapenfeitén in de Franse tijd, waar Nederlandse soldaten aan deelgenomen hebben, inclusief de veldtocht van Napoleon naar Rusland. Hij staat in sommige van de archieven overigens foutief vermeld als geboren in Emmerich. Voor zijn verleende diensten, in het leger ontving hij in 1814 het Kruis van de Koning van Frankrijk.Hij werd als 1e luitenant gepensioneerd.
Ook zijn broer Nicolaas (V-16) [schijnt mee naar Rusland te zijn gegaan en daar ook een onderscheiding aan te hebben overgehouden. Na af zwaaien oefende hij overigens de vreedzame beroepen van hovenier en winkelïer uit.
Peter (VI-2) was landbouwer.

Buren vanuit de lucht gezien.


Gerrit (Gerardus) (VI-11) kwam reeds op 11-jarige (!) leeftijd in 1811 in het Franse leger als trompetier. In 1815 was hij zelf in Frankrijk. Beroepsmilitair geworden, werd hij in 1827 overgeplaatst naar Indie vanwege de opstand van Dipo Negoro, de zoon van de sultan van Jogjakarta. In 1830 keerde hij naar Nederland terug als 1e luitenant en in 1831 werd hij voor zijn plichtsbetrachting in Indie onderscheiden met" de militaire Willemsorde 4e klasse. Een jaar later ontving hij nog 2 (herinnerings) medailles voor resp. zijn deelname aan de Javaanse oorlog en de strijd tegen de Belgen net zoals zijn neef Wilhelmus (VI-13) . Uit zijn conduitestaat blijkt o.a. dat hij een voorbeeldig officier was met muzikaal talent. Pas in 1843 trouwde hij als gepensioneerd kapitein met Henrica Coolen, hoewel hij in 1834 een zoon bij had gehad. Later verhuisde de familie naar Heesch. Zijn moeder Johanna Nieuwenhuysen is overleden op het zg. "Kasteel" aldaar,  een nu nog bestaand, monumentaal gebouw dat op het ogenblik mordt gerestaureerd. De stiefdochter van Gerrit uit een eerder huwelijk van Henrica., Apollonia had vanwege haar stiefvader de bijnaam "Plon de Kapitein".


Wilhelmus VI-13Van Wilhelmus(VI-13) Is het volgende signalement bekend: van 1833: een rondgezicht, een dikke neus, en blond met blauwe ogen. Van orgine was hij klompenmaker maar ook hij was als militair in Antwerpen bij de Belgische opstand betrokken. Hij ontving daarvoor later het "metalen kruis" net zoals zijn neef Gerrit (VI-1).
Bij wijze van uitzondering hier ook iets over zijn vrouw Maria Popp.
Haar vader, Johann Christian Popp" was muzikant bij het regiment van Saksen-Gotha, dat in 1744 was aangeworven ter versterking van het Staatse leger in de Oostenrijkse Successie-oorlog. Vandaar dat van, dan af aan de naam "Heinrich" regelmatig in deze tak voor gaat komen, waarschijnlijk de naam van een ander familielid in Duitsland. Opmerkelijk is nog, dat er van Maria geen doopaantekening bleek te bestaan en zij dus eigenlijk niet bestond, aangezien de doopboeken bij het samenstellen van de bevolkingsregisters waren gebruikt in 1811, op last van Napoleon voor de conscriptie van zijn soldaten. Daarvoor was er een moeizame rechtbankprocedure nodig om haar wettig met Wilhelmus te kunnen laten trouwen. Later hield Wilhelmus er een bodedienst op na en wel met de hondekar. Hij ging daarmee o.a. regelmatig naar Amsterdam om daar geld op te halen voor een notaris in Lexmond" en ook wel naar Utrecht en Gorinchen. Een aardige anekdote is, dat hij de honden werkelijk aanspoorde met een worstaan een hengel, en door steeds "katjes, katjes... "  te roepen...
Adrianus (VI-16) deed ook al aan klompenmaken net zoals Johannes (VI-17) zijn broer.

woodani.gif (9101 bytes)


Gijsbert (VII-6) was achtereenvolgens arbeider en ook broodbakker eveneens in Vianen, aardig hoe 2 takken elkaar daar weer treffen ! Een zoon van hem Casper Dirk (VIII-18) was walknecht bij het gemeenteveer te Gorinchem.
Aart (VII-11) staat als arbeider vermeld. Hij deed dienst bij hetzelfde onderdeel als Wilhelmus (VI-13), alleen iets later. Volgens zijn signalement had hij een grote neus en bruin haar.
Nicolaas Heinrich (VII-16) heeft o.a. het vak van schoenmaker en koper en blik slager uitgeoefend. Tussen 1870 en 1875 heeft hij de gasfabriek in Vianen gekocht voor fl 2600,- of fl 2700,-. waar hij zelf als gasfitter heeft gewerkt.Na enkele jaren heeft hij deze weer doorverkocht; sindsdien hij nog machinist geweest op het gemaal bij Vianen. Hij schijnt nogal muzikaal ingesteld geweest te zijn; hij bespeelde de klarinet, de piston en de trekharmonica, waar hij ook mee optrad. Toen zijn trekharmonica lek raakte heeft hij er een orgeltje van gemaakt dat hij later als huwelijk cadeau aan zijn zoon Willem en diens vrouw heeft gegeven.Hij woonde in de Kerkstraat in Vlanen in een klein huisje met alkoven en een keuken in een uitbouw naar achteren. Hij had een werkbank voorhet raam, want hij was zeer handig in het repareren van alles en nog wat.Hij was tevens in het bezit van een fraaie Friese hangklok vermoedelijknog van zijn vader. Merkwaardig genoeg was daar geen gas en dus moest de brandstof wel petroleum zijn: voor zijn werk had hij zelf een grote petroleumlamp gemaakt.
Johannes Christiaan (VII-17) was timmerman. Hij werkte samen met een zekere Bas, eigenaar van hotel de Roos (later hotel Hartman) aan de Voorstraat en degene aan wie Nicolaas Heinrich (VII-16) de gasfabriek had verkocht. Deze was ook goochelaar en kermisexploitant (in de winter)" en Johanneshad voor hein een "molen" gemaakt die zg. oude- in jonge vrouwen kon vermalen.
Nicolaas (Vll-18)  uit het 2e huwelijk van Wilhelmus (VId) werd ter onderscheiding van zijn halfbroer "grote" Klaas (VIl-16) kleine" Klaas genoemd, hoewel hij een kop groter was.' Deze werd later ober,zelfs eens in Berlijn. Later hield hij er een hotel op na in de Kettingstraat te Den-Haag.
Bartholomeus Nicolaas (VII-27) was alweer klompenmaker.

Gijsbert (VIII-15) was koffiehuisbediende, evenals zijn broer Jan Pieter (VIII-17).
Sluis VianenWillem(VIII-35) voer aanvankelijk als machinist op een sleepboot., o.a  op Duitsland. Hij heeft ook nog op de boot van Vreeswijk naax Rotterdam v.v van de rederij "Op de Lek". Nog later is bij naar Schoonhoven verhuisd, waar hij voortaan op de wal bleef als machinist op de Loodwitfabriek (nu nog bestaand)
Gijsbert (IX-11) was accountant.
Nicolaas Heinrich (IX-26) was achtereenvolgens blekersknecht, stoker bij de stoom- en chemische wasserij Fa. E. J. Dieben te Leiden (ook nog bestaand) Hij heeft ook nog korte tijd aan de bouw van de Bijenkorf te Den Haag meegewerkt als elektricien.

 

NOTEN:

(1)Haarlem, betekent letterlijk 'huis aan schrale grond" d. w. z. de duinen

(2)Ondanks een verbod destijds om nog in de kerk te begraven.

(3)Fanatiek religieus is de familie nooit geweest; RK en NH kwam soms in hetzelfde gezin voor.

(4) In de oorlog in Arnhem vernietigd of geroofd, net zoals een Statenbijbel met familieregister, oude foto's en onderscheidingen.